Even een verhaaltje voor het slapengaan.
Er was eens, 5 jaar geleden, een grote houten kotter die was gekocht door een buitenlander. Die buitenlander was vaak in het buitenland, want dat doen buitenlanders nou eenmaal. Als die buitenlander niet bij zijn kotter was, dan lette een vriendelijke buurman op het schip. Hij lette er vooral op dat de automatische lenspomp bleef werken, want dat was wel nodig.
Op een gegeven moment besloot de vriendelijke buurman om een weekje op vakantie te gaan.
Helaas was er ook een onvriendelijke buurman, die toen de stekker van de automatische pomp uit het stopcontact trok.
Toen de vriendelijke buurman weer terugkwam, stond de kotter veilig met zijn kiel op de bodem van de haven, en stond het water binnenin even hoog als buiten, tot halverwege de motor.
Hij pompte de kotter leeg, en keek tevreden want alles leek gered.
Een week later zou de vriendelijk buurman, samen met enkele vrienden, de kotter naar de scheepswerf varen om het schip eens lekker te verwennen. Vlak voor het vertrek peilde hij de brandstofbunker (mooi driekwart vol), opende de koelwaterkranen en controleerde het oliepeil van de motor en de keerkoppeling. Op allebei de peilstokken stond de olie helemaal tot bovenaan, en dat vond hij hartstikke mooi.
Toen draaide hij de startluchtketels vol met de compressor, startte de motor (een prachtige langzaamlopende Deutz uit 1956) en ging varen.
De vriendelijke buurman en zijn vrienden schrokken erg toen na 10 minuten -ze voeren midden op het drukke IJ- opeens het motoralarm begon te loeien. Snel legden ze ergens aan en zetten de motor stop.
De vriendelijke buurman trok de oliepeilstok uit de motor, maar dat ging een beetje zwaar. Het leek wel of er allemaal kwark aan vast kleefde, alleen smaakte het veel viezer.
Toen riepen ze ach en wee, en hebben de reis naar de werf achter een sleepboot volbracht.
De vriendelijke buurman leefde nog lang en gelukkig, maar de kotter is helaas drie jaar later overleden toen er weer een onvriendelijke buurman was.
Even weer gewoon: de Deutzmotor en de Reintjes keerkoppeling waren beide volgelopen via de gaatjes waar de peilstokken doorsteken.
Op de werf hebben we alles schoongemaakt, en dat was een verschrikkelijk karwei. Uit de motor, waar normaal 80 liter smeerolie in gaat, kwam 450 liter kwarkdikke emulsie die nauwelijks te verpompen was. Uit de keerkoppeling, waar normaal 22 liter olie in zit, kwam 160 liter yoghurt.
Omdat de motor gedraaid had, zat die troep dus overal, in alle leidingen, filters, koelers enzovoort.
Het heeft 6 mandagen gekost om het spul weer netjes draaiend te maken: pompen, dweilen, scheppen, spoelen, doorblazen. Vullen met goedkope smeerolie en een kwartiertje draaien. Dan weer leeghalen, schoonmaken en vullen met de definitieve olie.
Gelukkig had deze motor geen startmotor of dynamo.
Ter illustratie voeg ik enkele plaatjes toe.