Mijn Menu

ZeilersWiki

What's up

Banner
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner

Wedstrijdkalender

Zeilersforum.nl - Home
Deel 7: Armoede onder de Vesuvius PDF Afdrukken E-mailadres
Geschreven door ilex   
woensdag, 05 juni 2013 00:00

We zijn half november voorbij. Het is wel zeer warm en rustig weer en dat betekent dan ook veel ankeren. Heerlijk! We kiezen zoveel mogelijk de verlaten stranden en baaien en blijven hiermee doorgaan tot de watertank zo goed als leeg is; normaal een dag of zes. Het is dan hoge tijd om een haven op te zoeken, de stofzuiger boven te halen en de boot eens grondig van binnen en buiten te kuisen: zand, steentjes, takjes, schelpen, stukjes plastic en een hoop andere troep worden tijdens strandwandelingen met regelmaat verborgen tussen de pels van de hond of op wonderbaarlijke manier verstopt in de schoenen van onze dochter, zodat ze ‘ongemerkt’ aan boord worden gebracht. Even bij elkaar vegen volstaat dan niet meer…

voor_anker_1

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Van het thuisfront krijgen we geregeld de vraag hoe wij ons kunnen bezighouden. Hoe leg je dat uit aan mensen die nog steeds in een ratrace meedraaien en nog nooit voet op een zeilboot hebben gezet? Een poging. Onze dagen bestaan uit drie grote zorgen, te beginnen bij het weer. Varend in een uitgeholde blok PUR kan je daar maar beter rekening mee houden. Het gewone weerpraatje van de radio volstaat niet en na onze aanvaring met Ponza-weer (zie deel 6) kijken we verder dan onze neus lang is en worden golfhoogte en -richting met argusogen gevolgd. De voorspellingen zijn in de late herfst een beetje twijfelachtig en zeker niet langer dan twee à drie dagen te gebruiken, wat het ankeren toch een zekere extra opwinding geeft. Bovendien zijn de voorspelde gebieden te groot: er zijn zoveel lokale invloeden dat een aangekondigde 3 bft evengoed 7 kan zijn. En andersom. Het gezegde over de wind in de Middellandse Zee blijkt meer en meer te kloppen: ofwel is er geen wind, ofwel is er te veel wind. Onze dagelijkse weerzorg neemt een half uurtje in beslag.

Onze tweede grote zorg van de dag: waar gaan we naartoe en waar gooien we ons anker overboord? Het is duidelijk dat dit bepaald wordt door onze eerste zorg. We zijn goed voorzien van allerhande pilots en kaarten waar alle info over de havens, ankerplaatsen, bezienswaardigheden en andere opwindende dingen in vermeld staan. Met de neuzen tussen de boeken is het slechts een kwestie van de mooiste plekjes te kiezen. De Italiaanse westkust biedt vaak weinig bescherming zodat we nogal eens open en bloot langs het strand ankeren. De waar naartoe-zorg neemt ook een half uurtje van onze tijd voor zijn rekening.

sized_voor_anker_2

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Onze derde en eerlijk gezegd meteen ook laatste grote zorg van de dag is: wat eten we vandaag? Gelukkig weet de scheepskok steeds de meest heerlijke gerechten op tafel te toveren en kan er met een indrukwekkend uitzicht rondom genoten worden van culinaire uitspattingen waarbij streekeigen ingrediënten moeiteloos samensmelten met de traditionele keuken! Het bedenken van een gepast menu gaat verbazend snel, laten we het op 10 minuutjes houden, zodat deze belangrijke zorg vlug naast ons gelegd kan worden.

Al met al zijn we dagelijks een goed uur bezig met ‘problemen’ op te lossen… Als we die onder controle hebben, is er tijd voor ander plezierig tijdverdrijf. En wat doen we dan? Hm, moeilijk uit te leggen. Niet veel eigenlijk. Strandjutten is favoriet! Zoeken naar schelpjes en mooie steentjes, en “oh wat een mooi stukje glas” en “daar een afgerond stukje hout”. Zakjes, nee, dozenvol worden aan boord gebracht; het is steeds moeilijker een veilig plekje te vinden waar onze schatten ongeschonden kunnen blijven zitten tot na de reis. Dan is er nog wandelen, natuurlijk. En aperitieven. En staren over de zee. En aperitieven. Of had ik dat al gezegd?

Ons jonge matroosje is door vele mensen rijkelijk voorzien van een berg cadeautjes! Misschien wel 1m³! Ik denk dat ze er elke dag eentje zou kunnen openmaken. Ze zijn echter voor bepaalde momenten zoals de eerste keer zeeziek, de eerste storm, de eerste dolfijn en nog vele andere keren. Eén pakje steekt al dagen zo niet weken onze ogen uit: de eerste gevangen vis! Dat is een verhaal op zich… Ondanks onze verwoede pogingen kunnen we alleen maar zeggen: morgen vangen we onze eerste vis! Het heeft enkele keren niet veel gescheeld, maar ja, vangen is vangen. De enige vis die we tot nu toe aan de haak hadden werd voor onze neus opgegeten door… een grotere vis! En zeg nu zelf: een kop vangen is nog geen vis vangen.

kop_vis

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

En de boot? Het lijkt erop dat we onze voorbereidingen grondig genoeg hebben gemaakt, want alles werkt nog, zit zeevast en lijkt niet overbodig. Los van een berg kleren en schoenen die de twee dames clandestien aan boord hebben gesmokkeld… Of het leven aan boord handig is? Niet bepaald, nee. Ik stomp mij aan zowat alles aan boord, de deurtjes zijn te smal, de stahoogte is te klein. Als ik de wc leegpomp bots ik gegarandeerd met m’n hoofd tegen een uitstekende rand en ’s avonds een nachtzoentje geven aan de dochter in de voorpiek bezorgt een hernia of nekkramp! De vouwfietsen staan meer in de weg dan dat ze gebruikt worden en dikke zeilzakken beperken de snelheid waarmee je door de boot kan bewegen. Zelfs in ons bed steken er twee: de gennaker in m’n rug en de stormfok aan onze voeten. De begrippen ‘comfortabel’ en ‘ruim’ vanuit de folder zijn beslist bedacht door iemand met humor.

Het arsenaal zeilen wordt wel zo goed mogelijk benut. Een constante wind hebben we nog niet veel gehad. Een dagje zeilen bij mooi weer bestaat dan ook uit werken. Begin van de dag: matige koelte, genua en grootzeil erop. De wind trekt na een uurtje aan zodat genua een stuk ingerold wordt en het grootzeil zijn eerste rif krijgt. Daarna valt de wind en de boot nagenoeg stil. Genua volledig weg, gennaker opdiepen vanuit het achteronder, hoofd drie keer stoten, en hijsen maar. Nauwelijks staat die lekker of het is volledig uit met de pret. Motor aan, gennaker inrollen en steunzeil zetten. Tegen de avond laat de wind zich opnieuw in al zijn glorie voelen. Gennaker weg, fok omhoog en een tweede rif in het grootzeil. Gaan met de banaan en de appel erachter aan! (Inheems taalgebruik voor: de boot loopt als een speer en het bijbootje volgt netjes aan drie lijntjes). Helaas duurt ook dit niet al te lang en vaak wordt het laatste stukje naar de haven of ankerplaats op motor afgelegd… Die laatste gewoonte zorgt voor een uitgavenpost die we groter hadden moeten inschatten: op één dag varen we soms meer op motor dan normaal op een heel jaar!

Tot zover het beeld dat we trachten te schetsen aan het thuisfront. We weten niet of het over komt…

La_Gaeta

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Na een ontspannen dag en nacht ankeren aan het prachtige en propere strand van Gaeta, zetten we koers naar Isola di Procida. Het plan om de haven aan te lopen gooien we snel overboord als blijkt dat het er een komen en gaan is van ferry’s.  Drukte is niet onze meug dus ronden we het eiland langs het oosten en zetten koers naar Ischia. We zullen er niet geraken: achter de kaap, met bovenop het fort Castello, komt een aller-charmantst dorpje piepen! Bovendien lijkt de baai voldoende bescherming te geven tegen de deining. We twijfelen geen seconde, zoeken een geschikte plek en gooien het anker. Prachtig! Vlug naar de kant. Achter een blokkenpier komt een kleine haven tevoorschijn die vol ligt met open vissersbootjes en meerboeien. Het is op de middag, het dorp is volledig uitgestorven en heerlijk stil. We kijken onze ogen uit naar de vele pasteltinten blokkenhuisjes, smalle stinkie steegjes, felgekleurde visserssloepen en bergen netten. Hier is de tijd al een hele poos niet meer in beweging geweest.

voor_anker_Procida

Rond 17u, als de siësta afgelopen is, komt het leven plots weer op gang: van alle kanten sjezen Vespa’s voorbij, ons weinig ruimte latend in de smalle straten. Iedereen lijkt tegelijk naar buiten te komen! Fiatjes 500 lijken een wedstrijdje te houden: om ter eerste bij de bakker. En terug. Kruideniers, groenten- en fruitwinkels, handelaars in onbestemd spul: allemaal duwen ze hun koopwaar de straat op en stallen alles uit, daarmee de steegjes nog smaller makend dan ze al zijn. Behendig schieten driewielers er langs, zonder rekening te houden met voetgangers. Het is een getoeter van jewelste en uitlaatgassen en tweetaktwalmen prikkelen onze neus. Urenlang dwalen we rond en zijn het er eensluidend over eens: dit is het puurste Italiaanse dorpje dat we al zijn tegengekomen. Als we later terug afzakken naar het kleine haventje laten we alle lawaai achter ons en overvalt de stilte ons opnieuw.

Procida_uit_hoogte

Dobberend achter het anker blijven we nieuwe dingen ontdekken in ons panorama: een scheve trap, een grappig dakterras, een twijfelachtig restaurant. Vissers boeten hun netten op de kade en met veel lawaai en drukte tracht een groepje mannen een pas geschilderde visserssloep te water te laten. Procida heeft ons hart gestolen: we blijven beslist nog een dag langer!

 

netten_boeten

 

geschilderde_bootjes

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vedi Napoli e poi muori! We moeten voorzichtig zijn als we twee dagen later Napels passeren… Gelukkig ligt het in een immense smogwolk zodat er amper iets van te zien is. We laten Napels voor wat het is en zetten de zeilen naar Torre del Greco, een eenvoudige haven van waaruit wij de trein zullen nemen om Pompei te bezoeken. Het aanvaren met de Vesuvius op de achtergrond schept de nodige verwachtingen.

aanvaren_vesuvius

Spijtig genoeg is de omgeving minder opbeurend: stinkend water met een oliefilm over, grauwe smog over het land, veel drijvende troep en een  onaangename geur. De Golf van Napels is duidelijk erg vervuild. Het verbaasd ons dan ook dat grote trawlers bijna zij aan zij de golf op en neer varen om de laatste vis te vangen. Smakelijk…

Napels_in_smog

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bij het binnenvaren staat een ormeggio te zwaaien. We hebben niet veel keuze, veel plaatsjes zijn er niet vrij. Bij het aanmeren alweer de gekende problemen: de ormeggio wil perse dat wij een andere lijn eerst beleggen alvorens de onze vast te pakken. Goed, vol vertrouwen geven wij de achterste meerlijnen aan en gaan naar voor om de pendille te beleggen. “Tira, tira!”, klinkt het. Dus wij trekken aan die pendille. Als we die belegd hebben en teruglopen naar achter kunnen we onze ogen niet geloven: we liggen wel vier meter van de kant! De ormeggio heeft de lijnen netjes belegd, dat wel…

Na wat onderhandelen, ik word een echte sjacheraar, kunnen we voor heel wat minder dan eerst gevraagd twee nachten blijven liggen. De haven komt rommelig over met aan het einde enkele werfjes voor houten boten, verscholen onder halfgescheurde plastic bachen.

breeuwen_op_werf

Diesel tanken gaat niet meer: afgesloten voor de winter. Torre del Greco blijkt een erg arme voorstad van Napels te zijn, vergeven van afval,  straathonden en zwerfkatten. Volgens de pilot is het met de veiligheid pover gesteld en wordt aangeraden de boot bijzonder goed te sluiten.  We wandelen door marginale en smerige buurten waarbij zowel de huizen als de auto’s slachtoffer zijn van graffiti. De vuilophaling zit duidelijk strop en mensen weten niet beter dan het afval maar op een hoop te gooien. Of in de goot.

afval_Greco

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De straten geven een erg neerslachtige indruk, alles is grauw, bouwvallig en stoffig. Gebouwen wachten al tientallen jaren op een likje verf. Of een nieuw dak. Binnenglurend zien we vochtsporen op muren en afgebladderde bezetting. Balkons van appartementen lijken het elk moment te kunnen begeven en vertonen betonrot. Overal hangen waslijnen, zelfs langs het treinspoor. Nergens een vorm van fierheid. Of vrolijkheid. Groen, parkjes met banken, een gezellig plein? Onbestaande. Het geld van Berlusconi bereikt deze mensen duidelijk niet.

betonrot_Greco

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wij zijn de enige passant. Er liggen nog enkele kleine zeilbootjes en wat motorboten, maar er is geen leven te bespeuren. Elk van de zeven steigers heeft zijn ormeggio’s. Die bewaken hun steiger 24/24u. Om beurten kruipen ze in een klein kotje aan het begin van de steiger om tv kijkend de steiger in het oog te houden. Als ’s avonds de wind toeneemt en de deining zijn weg de haven in heeft gevonden, neemt de nervositeit toe. Elk uur komen ze, gewapend met een grote zaklamp, uit hun kot om de steiger af te lopen en te kijken of alles nog in orde is! Zonder veel verstand van zake evenwel. Om de vijf voeten wordt een lijn nog meer aangetrokken en anders belegd. Op den duur ligt de boot naast ons zo dicht dat de fenders hard schuren en platgedrukt worden. Als de brave man weer in zijn kot verdwijnt, klim ik op de andere boot en herbeleg hem volledig, met wat meer speling zodat de lijnen niet constant gespannen staan en onze boten elkaar niet gedurig liggen te wrijven. Dat heeft hij gezien! De zaklamp komt de steiger op en schijnt vragend in mijn ogen. In mijn beste Italiaanse gebarentaal maak ik de man duidelijk dat het zo beter is. Hij bekijkt het een tijdje, doet alsof hij een lijn anders legt en knikt dan, tevreden dat zijn favoriete tv-programma kan hervat worden.

De volgende dag nemen we met z’n gedrietjes voor slechts 9 euro de trein naar Pompei. Als we al gedacht hadden dat de weg vanaf het station duidelijk aangegeven zou zijn, dan komen we bedrogen uit. Niet voor niets spreken taxichauffeurs ons aan voor een ritje naar de ingang. Hoe we het gevonden hebben is niet meer te achterhalen.

Eens temeer ondervinden we voordeel van buiten het seizoen te reizen: er is nauwelijks volk op de site. Op ons gemakske wandelen we rond en doen het verleden herleven. Het moet een immens werk geweest zijn om de huizen bloot te leggen nadat ze bedolven waren door meters assen. En ook al heeft de restauratie van de gebouwen een hoop kritiek opgeroepen omdat het niet al te netjes gedaan zou zijn, toch blijft het een hele belevenis om door eeuwenoude Romeinse straatjes te lopen en te kijken naar de uitgesleten karrensporen, stapstenen, fresco’s en mozaïeken.

fresco_Pompeii

 

sized_57

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Of het grote amfitheater binnen te stappen en in te beelden dat hier gladiatoren vochten voor hun leven! Ik sta geregeld verbaasd over de bouwtechniek die gebruikt werd, bijvoorbeeld voor de zuilen van de Jupiter-tempel.

 

Een aantal stukken zijn afgesloten wegens te weinig toezicht buiten het seizoen. Dat nemen wij er graag bij; de rust die er nu heerst is veel waard. De zon komt regelmatig tevoorschijn en zittend op een kanteel eten we dromend onze boterhammen. Wie goed luistert hoort de marktkramers  olijven, vis en oliën aanprijzen…

Als we  later terug aan de boot komen en weer geconfronteerd worden met de verpaupering van de stad, vragen wij ons af hoe het kan dat aan de voet van de Vesuvius armoede zo welig tiert. Morgen vertrekken we naar het andere uiterste, het mondaine Capri, op slechts 14 mijl verwijderd.

armoede_en_Vesuvius

 

 

 

Laatst aangepast op vrijdag, 07 juni 2013 21:18
 
Je hebt geen rechten om deze pagina te openen!
Bespreek dit artikel
U moet inloggen of registreren om deel te nemen aan deze bespreking.
Sail Den Helder 2013 PDF Afdrukken E-mailadres
Geschreven door Baines   
maandag, 29 april 2013 00:00

Op de vroege ochtend van donderdag 20 juni 2013 zal zich een bijzonder schouwspel aftekenen op de Rede van Texel, wanneer daar vele tientallen Tall Ships uit verre continenten èn uit Europa ten anker zijn gegaan. Dit spectaculaire scenario is eenmalig en betekent tevensde ouverture van Sail Den Helder 2013. Tijdens deze dag zullen er honderden grote en kleine schepen langs de vloot varen en zult u zich kunnen verbazen over de historische ‘setting'

Voor één keer zal het weer zijn als in de dagen van de VOC, toen de ‘Retour- en oorlogsvloten’ zich op Texelstroom formeerden en regelmatig - soms wekenlang - op de Rede lagen, in afwachting van een gunstige wind. Aan het eind van die donderdagmiddag zullen de schepen een voor een het anker lichten en naar de haven van Den Helder varen. Hier blijven zij liggen tot het vertrek op zondagmiddag 23 juni, dat zal plaatsvinden in een Parade of Sail Out vanaf ca. 16.00 uur.

SailDenHelder_sfeer22

De Koninklijke Marine heeft besloten dat de Marinedagen 2013 zullen samenvallen met Sail Den Helder 2013. Naar verwachting zullen daarom vele buitenlandse Marines gehoor geven aan de uitnodiging en hun fraaie dwars getuigde opleidingsschepen afvaardigen.

Sail Den Helder 2013 zal een evenement met ongekende uitstraling worden, waarbij ook nadrukkelijk de regio wordt betrokken, zoals Texel en de Kop van Noord-Holland.

De toeristische mogelijkheden van het gebied zullen breed onder de aandacht worden gebracht in nauwe samenwerking met City Marketing. De unieke ligging van de stad met haar historische forten, de Oude Rijkswerf Willemsoord en de prachtige stranden maken Den Helder tot een haven die met geen andere Nederlandse haven te vergelijken is. Naast een grote vloot aan bijzondere Tall Ships, zal ook aandacht worden besteed aan cultuur en historie van het gebied. Ook Texel met haar VOC-verleden speelt hierin een belangrijke rol.J-S-Elcano-1

Sail Den Helder 2013 is meer dan ‘zomaar een feestje’. Het is de trailer voor de positieve ontwikkelingen die momenteel plaatsvinden in de stad Den Helder, de verbindende factor waarin de toekomstvisie voor de stad en het gebied steeds meer zichtbaar zal worden.

Dit evenement is ‘van iedereen en voor iedereen’ en zal daarom ook zoveel als mogelijk gedragen  worden door vrijwilligers!

Wij verheugen ons erop u te ontmoeten van 20 t/m 23 juni in Sail Den Helder 2013! Wil je meer info? surf dan naar http://www.saildenhelder.nl/

(bron: www.saildenhelder.nl)

Laatst aangepast op maandag, 29 april 2013 15:09
 
Deel 6: Ponza-weer PDF Afdrukken E-mailadres
Geschreven door Ilex   
donderdag, 07 maart 2013 00:00

15 november, 15°C. Vandaag zetten we voor het eerst onze verwarming een keertje aan. Al na 10 minuten is het 23°; werkt dus prima in ons geïsoleerde bootje. We liggen in een kleine haven voor Rome dat we besluiten niet aan te doen: deze miljoenenstad is niet op een dagje te bezoeken. Daar zullen we later wel eens een midweek aan besteden, zover van huis ligt dat nu ook niet.

Met uiterst rustig weer tuffen we over een oliegladde zee richting Anzio. De boot is opnieuw afgeladen vol eten en ander lekkers, de watertank klotst tevreden met zijn bolle buik en de motor gromt opgewekt met nieuwe diesel door zijn leidingen. Het laatste weerbericht voorspelt alleen maar mooi weer, geen wind en volop zon! Het wordt een luie dag zoals een vakantiedag bedoeld is: onderuit gezakt boekje lezen, languit in het gangboord een uiltje knappen en veel eten. Bladerend door de pilot lonken de Pontine-eilanden en met het voorspelde mooie weer erbij kunnen we niet aan de lokroep weerstaan: morgen gaan we naar Ponza, het grootste eiland van de kleine archipel met enkele ankermogelijkheden en een haven waar het nog onduidelijk is of er geankerd mag worden of niet. In de zomermaanden is het een populaire bestemming vanuit Rome; dan wordt de haven overspoeld met ankeraars waardoor de ferry’s niet meer kunnen passeren. Nu zou zo goed als heel de baai verboden terrein zijn.

Wat een heerlijke dag! We ankeren uiteindelijk naast de haven van Anzio, voldoende beschut door de pier en de vorm van de kaap. Mijn vrouw kookt weer een heerlijk menu, overladen met de meest fantastische champignons die in Italië werkelijk heel goedkoop zijn. Er blijft geen stukje over, de borden worden net niet uitgelikt, maar wel grondig uitgeveegd met van dat lekkere Italiaanse brood! Nog meer onderuit gezakt dan we al de hele dag gedaan hebben, besluiten we vroeg te gaan slapen: Ponza ligt een goede 40 mijl verder, de kust is omgeven door scherpe onder water stekende rotsen en is volgens de pilot best bij daglicht aan te lopen. Dat wordt wekker zetten, pakt om 5 uur ’s morgens. Met het oog op een vroeg vertrek leggen we de zesjarige dochter op de langsscheepse bank, veilig achter haar slingerzeil. Zo kan ze lekker blijven liggen als we uitvaren.

Van slapen komt niks in huis: de wind is nog vollediger gaan liggen dan ze al deed en we rollen verschrikkelijk op de deining. Rol. Rol terug. Rol. Rol terug. Rol. Om middernacht zegt mijn vrouw de intussen legendarische woorden: “Ik heb het hier gehad! We zijn weg!”.

We dromen al lang van een nachtzeiltje, ons eerste!, en gezien het weer en de staat van de zee lijkt het een uitgelezen kans: aankomst voor de middag, we winnen zo een halve dag! Er staan miljoenen sterren en een halve maan beschijnt de zachte zee. Doen we het? We doen het! We halen vlug het anker op en hijsen alle zeilen, optimistisch als we zijn. En kijk, na een half uurtje staat er een zuchtje van 8 knopen. De motor gaat uit, zintuigen op scherp. Zachtjes glijden we door het water, nauwelijks helling. We laten enkele kleine vissersboten achter ons, zien langzaam de lichtjes op de kant verdwijnen en zijn dan volstrekt alleen. De wind neemt een tikje toe naar 10 – 12 knopen en met een comfortabele 6,5 knopen door het water genieten we volop van deze prachtige nacht! We gluren even naar binnen en zien onze kroost zachtjes wiegen en lekker slapen. Het volgende uur zien we de wind verder toenemen, eerst 14 knopen, dan 18. We steken een rif in het grootzeil. Dochterlief steekt even haar kopje buiten en kruipt dan weer lekker achter haar slingerzeil onder de dekens.

Het gaat enkele uren lekker. Dan gebeurt er iets wat we niet voorzien hadden: de wind blijft toenemen, 24 knopen, 26 knopen…, de golven stapelen zich op. Jitse, de scheepshond, ligt er wat slapjes bij: zeeziek. Mijn vrouw haalt haar naar boven, in de kuip. Nauwelijks zit ze terug neer of het klinkt van beneden: “Mama, ik voel mij niet lekker!”. Opnieuw naar beneden om onze dochter een poepsnoepje te geven tegen zeeziekte (ze heeft al overgegeven in de lavabo), haar aan te kleden en te helpen zodat ze in de kuip kan komen zitten. Ondertussen wordt ook mijn vrouw zeeziek… Ikzelf ben ook niet meer de fitste.

1_sized_op_weg_naar_Ponza

We lijken meer en meer op een hoopje ellende. De rukwinden zwepen het water op, de golven beuken schuin in en ik moet gaan liggen om niet ziek te worden. We nemen een pilletje, maar eigenlijk is het al te laat. Telkens als ik mij wat rechtzet om rond te kijken voel ik een wee gevoel in mijn maag en moet ik snel terug gaan liggen, hoofd naar het roer gaat het beste. De automatische piloot is de enige die onverstoorbaar zijn werk doet. Gelukkig maar. De wind zit nu boven de 30 knopen met zeer hevige rukwinden tussenin. Op fok en een rif in grootzeil hebben we veel te veel zeil staan. Reven zit er niet in, daarvoor acht ik mij nu niet in staat en de bemanning geeft ook niet de indruk te kunnen helpen. Ik loos de schoten maximaal, de achterlijken klapperen, het kan me niets schelen. Liggen. Wat stond er alweer in de pilot? “In winter close to the coast there can be vicious squalls, especially near Ponza”.

Met moeite denk ik aan een alternatieve route, een andere haven richting vaste land. Voor zover ik me kan herinneren is er niks; Circeo was moeilijk aan te lopen wegens een grote ondiepe zandbank voor de ingang, Sperlonga was maar 1 meter diep en Gaeta… wat was daar alweer mee? Te ver. Liggen. Nog eventjes, dan zal het over zijn.

Langzaam begint het aan de horizon licht te worden. We hebben nu zicht op wat er rondom gebeurt. Niet opbeurend, maar het helpt wel wat om de bewegingen van de boot te voorspellen. We worden grondig door elkaar geschut. Dochter en vrouw geven om beurten over in het gangboord. Of waar ze geraken. In het begin deed ik nog moeite om het weg te spoelen met de puts. Nu niet meer. Gelaten, onverschillig: wat maakt het uit? Het weeë in mijn maag neemt wat af. Nog eventjes. De hond ligt plat op de buik, vier poten opengespreid, van links naar rechts te schuiven, te trillen en te jammeren en doet pipi van de schrik. Als mijn vrouw en dochter voor de zoveelste keer samen overgeven en daarbij een golf in hun gezicht krijgen, maken ze een grapje over hoe lekker dat kan opluchten. Wat een bemanning!

We worden murw gebeukt. Er is iets veranderd. Wat is het? Opzij. Van opzij deze keer. De golven spatten met geweld tegen de rand en vliegen razend over het dek, tot hoog in het grootzeil, schuimend alsof een groot bruistablet onder en over de boot aan het oplossen is. Vanaf de giek krijgen we een hevige douche. Ik hef mijn hoofd op vanuit mijn ligpositie. Schuin. We gaan te schuin. De boot herstelt zich en enkele minuten blijft het relatief rustig. Wat een goede boot. Golven komen terug schuin van voor. Ik kan gaan liggen, het is ok. De zon komt langzaam op, in de verte zien we Ponza liggen. De zee weet van geen ophouden en de wind moedigt haar aan. Dan een enorme golf… Alweer van opzij. Beuk! De boot wordt meters verplaatst, water loopt van voor naar achter door de gangboorden. Deze was anders dan de vorige. Ik zet mij met moeite in beweging, trek me recht en kijk over de reling. Voor mij doemen twee kanjers van golven op, heel kort na elkaar. Niet goed! De eerste komt ruisend aan en tilt ons op. De boot begint veel helling te maken, we zitten gevangen in de reuzenlift. Borrelend vervolgt de golf zijn weg en breekt net nadat ons bootje uit mocht stappen. De boot herstelt zich snel. Veel tijd om te bekomen hebben we niet, want dadelijk daarna wordt alles herhaald bij de tweede golf. We zitten blijkbaar aan de goede kant: ook deze borrelt en gorgelt verder zonder ons om te gooien. Dit is een gevaarlijke situatie; we kunnen omver gekieperd worden.

Mijn zeeziekte is op slag verdwenen. Ik sta stevig achter het roer, doe de stuurautomaat weg en bekijk de omgeving op een andere manier. We zullen hier eens tegen vechten! De koers wordt verlegd om de golven op te vangen. Een zeil wordt anders getrimd. Het is zonnig en blauwe lucht. Ik kan terug helder denken. De kaart van Ponza zit in mijn hoofd: de haven ligt aan de oostkant, open naar het noordoosten. Daar komen ook de wind en de golven vandaan, dus die optie valt af. Aan de westkant zouden we beschutting moeten krijgen tegen de golven en hopelijk ook de wind. Er zijn twee ankerplaatsen: Cala dell’ Acqua en Cala di Feola, allebei kleine baaitjes met middelmatige ankergrond en rondgestrooide rotsen onder water. Dat belooft.

Het zelf beginnen sturen heeft ook iets aan de zeeziekte van mijn vrouw gedaan. Ze toont opnieuw interesse in wat er om ons heen gebeurt. Rond 8u30, na 42 vermoeiende mijlen, varen we in de luwte van het eiland. De golven vallen volledig weg. Dat kan niet gezegd worden van de wind: die zit constant rond de 30 knopen met vooral erg krachtige rukwinden als tussendoortje. Van zodra we uit de golven zijn, neemt mijn vrouw het roer over, doe ik de fok weg en steek een extra rif. De rust keert weer. We varen even wat rondjes om te overleggen wat we gaan doen. Cala dell’Acqua valt af: er ligt een groot vrachtschip voor anker. Is het een bevoorradingschip of is het ook op zoek gegaan naar beschutting?

We genieten terug van de omgeving en uiten beiden onze bewondering voor de mooie witte rotsen van het eiland. Voorzichtig varen we de kleine baai in en laten ons zo weinig mogelijk verrassen door de rukwinden. De beste plek achter een pier wordt ingenomen door tientallen meerboeien en kleine vissersbootjes. Er ligt zelfs een andere zeilboot. Die ligt wel aan vier ankers vast! Het blijkt iemand te zijn die de boot aan het opmaken is. 2_sized_DSC_3226

“With gales from almost any direction there is a heavy scend into here, making it unsafe. A yacht should leave at the merest hint of bad weather”

Ongeveer in het midden vinden we een grote zandplaat, daar rond zijn rotsen en snel oplopende kliffen. De eerste ankerpoging brengt ons vlak voor de gemeerde zeilboot en laat ons geen ruimte om extra ketting te steken. Opnieuw dan maar. Zo ver als we durven varen we naar de rand van de zandplaat en laten het anker vallen in 11m diep water. Ik steek 50m ketting, alles wat we hebben, en ook al waait het nog steeds 26 knopen, toch trekken we tot maximum motortoerental het anker in. Dat zit, leve Rocna! Het is prachtig weer, warm en heel zonnig. We laten onze vermoeide botten een beetje opwarmen, geven de kuip en gangboorden een emmerdouche en samen met de stukjes heerlijke Italiaanse champignons die op de meest onmogelijke plaatsen zijn terecht gekomen, verdwijnen ook de laatste restjes zeeziekte overboord. Rond de middag gaat de wind volledig liggen… Mijn vrouw en dochter kruipen even samen in bed, ik nestel mij naast de hond heerlijk in de kuip.

3_sized_DSC_3223

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Als we voldoende bekomen zijn brengen we een achteranker uit. We liggen zo krap naast rotsen dat veel draaien er niet inzit. De kleine Fortress FX11 wordt met tien meter kettingvoorloop overboord gezet. Het anker is normaal voor boten rond de 30 voet. Als achteranker heeft het tot nu bijzonder goed zijn best gedaan. Daarna roeien we naar de kant om op ontdekking te gaan. De omgeving is adembenemend mooi met steile rotswanden in lichte tinten en vele sculpturen uitgesleten door jaren van geselen met wind en water. Er zijn zelfs zeegrotten en natuurlijke tunnels uitgesleten waar je met de bijboot doorkan. Een leuke verrassing daarbij is dat je uitkomt op een minihaventje, volledig afgesloten van de grotere baai.

Het is er slechts een halve meter diep zodat er enkel kleine motorbootjes liggen van lokale vissers. De baai heeft meerdere geultjes van maar net een boot breed. Het lijkt erop dat die dienen om de bootjes af en toe op de kant te krijgen voor onderhoud. In de steile rotswanden zijn grotten uitgekapt die nu dienst doen als opbergplaatsen. Binnenglurend ontwaren we stapels parasols en bedjes om de zomergasten op en onder te leggen. Nu is alles leeg en verlaten en kunnen we ongestoord rondklauteren.

5_sized_DSC_3213

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het restje dag dat nog overschiet is snel voorbij. De dagen zijn kort, de nachten lang. Als we al hadden gehoopt om deze nacht eens lekker bij te slapen, dan blijkt dat nu een zinloze verwachting geweest te zijn: de wind is terug. En hoe! Het zijn ware valwinden die van de steile, loodrechte wand naar beneden razen. We zitten constant rond de 30 knopen, maar de aanhoudende valwinden zijn fenomenaal harder. En plots! Alsof je een onverwachte harde duw in je rug krijgt; zo voorbij maar wel hevig. De windmeter heeft een vertraagde weergave en kan niet volgen, tracht bij te benen tot 45 knopen en is dan te laat: het waait al terug 30 knopen. Een aanhoudende fluittoon door het want maakt het spektakel compleet. De boeg wijst gelukkig in de goede richting, alhoewel de wind soms schuiner invalt. We gieren een heel eind en dan komt het achteranker in werking. Als de valwinden op hun hevigst zijn staat het ankerlint snaarstrak en maakt dan een zingend geluid, poiiing! Ik voel aan het lint, het is zo hard als staal door de kracht die er op staat. Eén scherp randje aan de boog van het zonnepaneel en het lint zou zo doorgesneden worden. Bezorgd voel ik eens rond. Er valt gelukkig niets te ontdekken.

Hoeveel kracht kan het kleine aluminium ankertje hebben? Ik schat het gieren in en geef daarna meer ankerlint. Het gieren kan dan wel verder doorgaan, maar ik hoop zo de krachten op het achteranker wat in te perken. We komen dicht in de buurt van de rotsen; meer speling mag echt niet! Hoe zit het vooraan? Ik kruip over het gangboord naar voor. Geen risico’s nemen: als ik nu rechtsta vlieg ik gegarandeerd met de volgende valwind overboord. Daar is er een! Het pakt op mijn adem en ik moet mijn hoofd wegdraaien om te kunnen ademen. De ankerketting trekt zich strak, schuimstrepen vliegen voorbij. De extra lijn die aangebracht is om de ankerlier te ontlasten rekt uit. Voor de zekerheid breng ik nog een tweede lijn aan en verdeel de krachten over de twee bolders. De scoop is slechts 1:4 maar het lijkt erop dat het anker een goede houvast heeft. Terug naar de kuip. Daar blijkt de extra speling in het ankerlint niet de beste keuze: tijdens een windstoot komt er zoveel speling in dat het lint zinkt. Als nadien het gewicht van de ankerketting de boot terug naar voor trek, draait het lint zich rond het roer! Alle krachten komen nu op het roer terecht! Poiiing! Weer trekt het zich snaarstrak, de helmstok vliegt naar de andere kant. Dit moet anders. Van zodra de spanning eraf is, maak ik de boel los met een pikhaak. Het lint is zwart van de antifouling. De overtollige speling neem ik weer weg: het achteranker zal wel langzaam krabben als de krachten te groot worden. Hoop ik.

Het wordt een roerig nachtje. Machtig, die wind, dat wel. Ook een constante ongerustheid als er weer een hevige valwind naar beneden komt razen. We zijn echter perfect blijven liggen. De ochtend brengt alweer een blauwe hemel en zon: om 9u is het al 22°! De wind is een beetje gaan liggen, rond de 21 knopen, en we ontbijten in de kuip. Tegen de middag wordt het rustig en gaan we met de bijboot naar de kant om een grote wandeling over het eiland te maken. 7_sized_DSC_3221

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het dorpje is verlaten. De kubistische huisjes hebben zachte blauwe, gele en roze tinten. De straatjes zijn smal en kronkelen tegen de heuvel op. Het ziet er allemaal lief uit, maar heeft niet de verwachte charme die wij bijvoorbeeld wel op Elba hebben ervaren. Terug aan het water varen we nog eens door de tunnels, meren aan in de afgesloten kom en vieruren op de rotsen. Lekker in de zon, ontspannen en genietend. De wind is volledig weg, het zal een rustige nacht worden. Al durven we dat niet luidop te zeggen.

8_sized_DSC_3246

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het blijkt gelukkig te kloppen deze keer. Danig onder de indruk van de vorige nachten besluiten we terug naar het vaste land te varen. Wat een foute weerberichten waren dat? Als de wind de baai indraait zitten we hier letterlijk gevangen in een gevaarlijk gat! Meer dan een uur worstelen we om het achteranker los te krijgen. Ik denk dat het meters de grond ingetrokken is! Met de ankerlijn vastgebonden aan de bijboot geef ik volgas en beetje bij beetje komt het anker naar boven. We kunnen weg. Het waait ondertussen terug 15 knopen en een pittig zeetje verwelkomt ons rond de kaap met de wind pal tegen.

Amper 3 mijl na het laatste eiland van de archipel is het bladstil, olieglad en snikheet. Het blijft zo de hele week. Zoals van in het begin voorspeld. Het is duidelijk dat een lokaal weerbeeld ons een wijze les heeft willen leren: eilanden die meer dan 10 mijl uit de kust liggen kunnen totaal ander weer hebben. Sindsdien bekijken wij de weerberichten dan ook op een andere manier, hechten vooral belang aan de verwachte golfhoogte en -richting en veel minder aan de voorspelde windkracht.9_sized_DSC_3252

Sindsdien spreken wij van “Ponza-weer” als het nog eens begint te spoken op zee…. En als mijn vrouw nog eens zegt: “Ik heb het hier gehad! We zijn weg!”, dan denken we nog eens twee keer na!

 

 

 

Laatst aangepast op donderdag, 07 maart 2013 20:19
 
Je hebt geen rechten om deze pagina te openen!
Bespreek dit artikel
U moet inloggen of registreren om deel te nemen aan deze bespreking.
<< Start < Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 Volgende > Einde >>

Pagina 1 van 30

Poll

Navigatie op de tablet:
 

Blog: Gregor

Blog: Guia IV