Erikdejong schreef :
Dan zijn ze geschikt om onderwater te gebruiken.
Erik, het spijt me maar dat klopt toch echt niet.
316 (1.4401 )of 316 L (1.4404) zijn eigenlijk beide niet echt geschikt voor zeewater(chloridehoudend water) omdat beide in Chloridehoudend milieu last kunnen krijgen van spleetcorrosie en pitting.
Gelukkig gebeurt dat vooral bij wat hogere watertemperaturen en zal in onze contrijen wel meevallen maar net zo lang meegaan als brons is toch niet zo.
Er is trouwens best het e.e.a. over te vinden op internet hoor.
De L van 316L slaat inderdaad op low Carbon maar dat heeft vooral te maken met de lasbaarheid of liever gezegd met de achteruitgang van de corrosiebestendigheid als er aan materiaal met teveel koolstof wordt gelast.
Vandaar dat draaimateriaal ( zoals die afsluiters) best gewoon 316 kunnen zijn. Ook als ze bijv. gegoten zijn is het meestal ook geen L type maar ook een andere als 1.4401.
Er bestaan trouwens ook vergelijkbare rvs 316 soorten die met de 316 L vergelijkbaar zijn qua lasbaarheid nl bijv.de 316TI. Daarin zit naast eigenlijk teveel koolstof ook een beetje titaan . Dat amteriaal wordt nog steeds heel veel in Duitsland gebruikt en is ontwikkeld toen Duitsland na de oorlog lange tijd geen 1.4404 mocht maken en vererken omdat dat oinder de "strategische materialen" viel.
Echt goed zeewaterbestendig zijn eigenlijk alleen de duplex en superduplex zoals 1.4462 en 1.4463. Vandaar dat die tegenwoordig heel vaak voor schroefassen worden gebruikt. De hogere bestendigheid ordt met name bereikt door de toevoeging van extra molybdeen maar niet door (nog) minder koolstof.
Verder wilde ik er maar niet op ingaan want dan ordt het wel erg off-topic.
Overigens duidt een groenkleuring onder (zee)ater eerder op brons dan op messing.
Als je de groene laag eraf schuurt en het zoiet er rood uit , dan zal het vrijwel zeker messing zijn maar als het dan meer bruingeel is zal het brons zijn.
Het afbreken duidt trouwens wel op ontzinking en dus op messing of een minderaardige bronssoort met teveel zink.
Ad