Toen ik nog jong en knap was, dik 40 jaar geleden, heb ik een zomer lang op de grote sluis van Driel gewerkt. Zo kreeg ik een mooi inkijkje vanaf de andere kant van het bedieningspaneel. Ik heb erover geschreven in het draadje “Verhaaltje voor het slapengaan”.
De sluis kende, net als alle bruggen, een bedieningsprotocol. De baas, de Rijkssluismeester, was een echte ambtenaar die alles strikt volgens de protocollen deed: voor hem gaf dat zekerheid en aanzien.
De meeste collega-sluiswachters waren oud-schippers. Die pakten de zaken vooral praktisch aan en hadden een broertje dood aan overbodige regels.
In die tijd werd elke handeling rond het schutproces met de hand geschakeld op grote grijze schakelpanelen. De lichten, de rinketten, de spuikokers, de deuren: àlles moest je afzonderlijk met grote zwarte knoppen schakelen.
Er was maar 1 ding automatisch: je kon een deurenstel pas openen als het waterpeil aan weerszijden gelijk was. Maar het nivelleren van de laatste centimeters kon erg lang duren, wel meer dan 10 minuten.
Ik ontdekte dat er onderin de schakelkast een relais zat dat je met de hand kon indrukken, waarmee de gelijk-waterschakelaar werd overbrugd. Zo konden de deuren veel eerder worden geopend. Iedereen blij, behalve de Rijksprotocollenbaas.
Tegenwoordig draait de maatschappij, inclusief brug- en sluisbedieningen, steeds meer om protocollen. En uitgebreide beveiligingen, zeker bij de onbemande kunstwerken. Kennelijk uit angst voor wie-weet-wat-er-kan-gebeuren.
De brug even een meter optillen zodat het bootje er snel onderdoor kan, is nu onmogelijk.
De bedienaar drukt nu op een scherm op het commando: “Brug openen”. Automatisch gaan er nu waarschuwingslampen knipperen gedurende een vastgelegde periode. Dan gaan (na waarschuwingsbel) de eerste bomen dicht. Na enige tijd gaan de andere bomen (na weer veel belgerinkel) dicht. Er volgt een veiligheids-wachttijd van een vastgelegd aantal seconden. (In de oude situatie was het jachtje nu al door de brugopening gevaren). Onder alweer belgerinkel begint het brugdek zich langzaam te verheffen, terwijl het doorvaartlicht onverbiddelijk op roodgroen blijft schijnen. Pas als de brug helemaal omhoog staat, volgt na een vastgelegd aantal seconden het groene licht voor doorvaart.
Tegen de tijd dat het jacht of schip al op grote afstand voorbij de brug is, volgt het hele protocol voor het veilig sluiten van de brug en vrijgeven van de weg.
Wat “vroeger” binnen 1 minuut kon (bomen sluiten, brug meteen stukkie optillen, bootje erdoor, brug zakken, bomen open) kost dankzij de moderne protocollen al gauw 5 tot 10 minuten meer tijd. Als er al niet ergens een sensor dronken is.
En de grote vraag is: is het nu veiliger geworden? Gebeurden er vroeger, met de praktijkgerichte brugbediening, meer ongelukken dan nu?
Wie het nieuws volgt weet het antwoord. Helaas.
En de brugwachter? Ik snap het wel dat er brugwachters zijn die zich helemaal kunnen vinden in de veilige protocollen, maar ook dat er meer praktijkgerichte personen zijn die helemaal kriegel worden van al die overbodige en trage toestanden.
Wat doe ik zelf? Zodra het past ga ik met gang door de brugopening, langs roodgroen licht. Meestal kijk ik om, om te zien wanneer de brug weer sluit. Dat duurt vaak tenenkrommend lang. Geheel volgens protocol.