Over te luide muziek gesproken : een uittrekseltje uit mijn April dagboek :
Mijn buren vertrekken. Ze motoren naar buiten met gehesen grootzeil, nutteloos, er is geen wind vandaag. Ook Rudiger is voor een dagje naar buiten want hij wil water maken. 600 liter. Ik haal 60 liter en ben een ¾ uur daarmee bezig. Ook zijn vaart is nutteloos, er is ook geen zon en die heeft hij nodig voor de stroom om water te maken. Een bijkomend nadeel van de glamping naast het werfje van Costa is dat ze regelmatig kermis organiseren. Ook nu, het is middag en ik hoor muziek. Versterkt vanzelfsprekend. Een of andere duif die luisterliedjes kweelt. Kooots. Is live maar ik heb daar niet om gevraagd, ik heb sowieso medelijden met al die mensen daar. Ze worden duidelijk geleefd. Zelfs over het strand lopen doen ze in groep met een gids. Ik denk dat ze zich bepissen als ze de groep kwijt zijn.
Oké, vroeger hoorde je wel eens Costa (de werfbaas) een reeks smerige vloeken afgeven of een van zijn vier schapen blèren, overigens het klank verschil tussen Costa en de schapen is gering, nu hoor ik muziek.
Let wel, het kon erger. Deze (zeer soft) jazz is beter als de oink oink die vaak van de overkant der binnenzee komt. Blijkt die muziek bij een bruiloft te horen. Als de bruid er aan komt in een motorbootje zingt de duif “here comes the sun”, (Beatles) een bekend deuntje. Precies dan begint het te regenen. Niet echt mooi. Gelukkig geen stortbui. Muziek valt nog mee. Even.
Maar dan, ooooh, ze beginnen allemaal speechen te geven. Gaaaap, en dan nog erger, de bruidegom gaat een liedje zingen, oooh waar heb ik dat verdiend.
Bokkebette (Vlaams voor je kop stoten)
Blijkt het watermaken van Rudiger niet gelukt te zijn. De start condensator van de pompmotor explodeerde. Dus hij keerde terug in de binnenzee en ging dan bij Spiro (bootjeswinkel) kijken voor een condensator. En raad eens, Spiro had die op voorraad liggen want iedereen heeft nu een watermaker en die dingen gaan stuk. Vaak.